Deel 8

foto Shirley-anndoor Shirley-Ann Benda 

Ferdinand hoorde het gedempte geluid van een autoportier dat dichtsloeg. De mist slokte de meeste geluiden op. Terwijl hij alle eindjes aan elkaar probeerde te knopen hoorde hij een auto wegrijden. Hij blies zijn wangen bol en liet de lucht ontsnappen terwijl de raderen in zijn hoofd overuren maakten. Ineens was hem alles duidelijk. Hij moest naar De Flagellant, nu direct. Een onbestemd gevoel welde op in zijn buik. De opwinding was verdwenen en had plaats gemaakt voor een vreemde onrust. Iets zei hem dat hij beter naar bed kon gaan en alles vergeten. Maar hoe kon hij Nathalie aan haar lot overlaten? Hij besefte ineens dat haar extravagante en soms promiscue seksleven haar wel eens fataal kon worden. Had de koster het niet over een vermoorde vrouw gehad?

Tegen zijn instinct in, rende hij naar binnen en griste Bas zijn autosleutels uit een schaal vol sleutels. Snel rende hij weer naar buiten en trok het portier van een oude deux chevaux open. Bas deed zijn ouwe eend nooit op slot. Hij ging er vanuit dat niemand zijn sloopauto zou willen stelen. De wagen zag er inderdaad niet uit. De portieren en de motorkap hadden allemaal een andere kleur. Het uiterlijk van het voertuig interesseerde Ferdinand echter weinig. Als het gevaarte hem maar naar Delft bracht! Met trillende handen startte hij de auto en reed zo snel het eendje toeliet naar Delft. Zijn hart klopte wild in zijn magere borstkas. Het beeld van Nathalie. Haar nerveuze reactie en de angst in haar ogen. Zou ze weten wat haar te wachten stond? Waarom had ze niemand om hulp gevraagd? Tientallen vragen tolden door zijn hoofd. Vragen waar hij geen antwoord op had. Het enige wat hij wel wist, nou ja, wat hij vermoedde, was dat Nathalie ongewild in de klauwen van een geheimzinnige groep terecht was gekomen. Misschien wel een sekte van geloofsfanaten.

In de binnenstad van Delft een parkeerplek zoeken was natuurlijk een ramp. Ferdinand weigerde echter om over de gevolgen van een parkeerboete na te denken en parkeerde zo dicht mogelijk bij De Flagellant. Hij ademde diep in en stapte uit. Zo rustig mogelijk liep hij naar de ingang. Hij wilde geen argwaan wekken. Hij nam de omgeving goed in zich op. Het was rustig. Er daalde een fijne motregen neer. Bij de ingang van het poppodium stonden twee jongemannen te praten. Hun kleding was zwart en sober. Toen hij zo nonchalant mogelijk langs hen heen naar binnen liep, ving hij flarden van hun gesprek op.

’… best zwaar. Die voortdurende pijn …’ klaagde de eerste.

’Je moet volhouden,’ onderbrak de tweede. ’Je weet wat je beloning is.’

Wat Ferdinand niet kon zien, was dat de eerste jongen ter hoogte van zijn dij een natte plek had rondom zijn been. Als hij had geweten, dat de jongen een cilice droeg, was zijn onzekerheid over deze missie zo mogelijk nog verder toegenomen.