Deel 3

Sybren_van_Wayenburg_200x200-150x150Door Sybren van Wayenburg

Na de nachtelijke ontmoeting met de koster en de agent kreeg Ferdinand Bakeland het gevoel dat dit verhaal hem wel eens in de landelijke pers kon lanceren. De koster had hem weinig kunnen of willen vertellen over de Geselbroeders maar Ferdinand was niet voor één gat te vangen. Een echte journalist doet aan ‘factchecken’ en gedegen achtergrondonderzoek. Googelen naar witte puntmutsen en geselen zou hem wel niet de gewenste resultaten opleveren maar gelukkig had hij de muts weten mee te smokkelen. Op de rand zat het insigne en aan het uiteinde de bol zo groot als een tennisbal. Gek genoeg kwam dat teken hem vaag bekend voor.

Wat zou hij graag als echte journalist undercover willen gaan! Waar, bij wie en hoe moest hij nog uitzoeken, maar in gedachten zag hij zichzelf al op de redactie terugkeren na zijn opzienbarende publicatie: zijn collega’s zoudekoffie latte macchiato met kaneel aangeven en hem amicaal op de schouder kloppen. Ondan staand applaudisseren. Bij het koffieapparaat zou de hoofdredacteur hem z’n nks zijn bedarende handgebaren zou het applaus aanhouden. Langzaam ging het geluid van applaus over in dat van regen. Dikke druppels haalden hem terug naar de realiteit.

Zeiknat liep Ferdinand door de verlaten Kerksingel naar zijn fiets. Net als bij zijn vorige scoops, had hij geen flauw idee wat hij moest gaan schrijven en die scoops waren op niets dan ellende uitgedraaid. Hij rilde toen hij dacht aan de schadeclaims van zowel het “courgette forfait” als het “Dahlia Drama”. Vurig wenste hij dat hij zelf ooit eens zo’n catchy kop verzon en vooral dat hij niet nog eens zelf het onderwerp zou zijn van een voorpagina-artikel.

Thuis aangekomen hing hij zijn natte kleren en de witte puntmuts over de verwarming, zette zijn raam op een kier en kroop terug in bed. Nog maar net in slaap werd hij gewekt door een krassend geluid dat door merg en been ging. Half duizelig kroop hij uit bed. Het geluid kwam uit de bol aan de muts en ineens begreep hij het: dit was geen puntmuts, maar een schepnet en de bol was een fuik! Hij opende de bol en keek in de grote ronde ogen van een schattig klein. Toen een druppel uit zijn natte haren op zijn linker hand viel, klom het dier uit de bol, rende naar de druppel en likte hem op. ‘Je hebt dorst, hè?’ zei Ferdinand hardop en liet nog een paar druppels op z’n hand vallen.

Plotseling hoorde Ferdinand een klap en werd het schepnet uit zijn rechterhand gerukt. Geschrokken klampte de hagedis zich met zijn klamme pootjes vast aan Ferdinands linker ringvinger. Het duurde even voor Ferdinand begreep wat er was gebeurd. Iemand had met een zweepslag de puntmuts door het half geopende raam naar buiten getrokken. Het hagedisje maakte van de verwarring gebruik, liet zich vallen en ging er vandoor.