Deel 10

dirk langstraatdoor Dirk Langstraat

Rennend naar de uitgang belde Ferdinand 112. Even later stopte een politiewagen met loeiende sirenes voor de deur. Twee agenten sprongen uit de auto en stormden achter hem aan de discotheek binnen. Stoelen en tafels lagen omgegooid. Op de dansvloer werd de man van het dorpscafé hevig spartelend door twee jongemannen tegen de grond gedrukt.

‘Wat is hier aan de hand, laat die man los,’ baste de oudste van de twee wetsdienaren.
Terwijl zijn jongere collega aanstalten maakte om het slachtoffer te bevrijden, sprong Nathalie tussenbeide.
‘Niet doen,’ riep ze, ‘hij is gevaarlijk, sla hem in de boeien!’
Geen wilde of angstige blik meer; ze straalde een en al zelfvertrouwen uit.
De jongere agent aarzelde niet. Binnen enkele seconden was de man geboeid. De twee jongemannen trokken hem overeind en hielden hem stevig tussen zich in.
De oudere collega rechtte zijn rug. Nu zou hij zijn gezag laten gelden, een eerste verhoorronde ter plaatse zou helderheid verschaffen. Hij schraapte zijn keel en wilde net beginnen toen zijn oog op Ferdinand viel.
‘Wat doe jij hier, oranjebrillemannetje?’
‘Als ik 112 niet gebeld had, was hier misschien wel een bloedbad ontstaan,’ antwoordde Ferdinand giftig.
De agent gromde, berustend in zijn ongelijk, ‘maar wat is hier eigenlijk aan de hand?’
En opnieuw sprong Nathalie tussenbeide.
‘Deze man gelooft dat het bespotten van flagellanten schreeuwt om wraak en hij is de wreker. De meeste mensen weten niet dat wij punkers door onze uitdossing willen spotten met zelfkastijding. Wij zijn anarchisten, wij erkennen geen hogere macht en wij zijn de tegenpool van flagellanten. Alles, ook de zelfkastijding, is door ons in scène gezet om aandacht te vragen voor wat punk nu echt is: vrijheid, zonder regeltjes van de overheid. Zag je bloed? Nee, tomatensap! Ferdinand, moest ons publiciteit leveren. Vandaar ook het klokkenluiden. We wisten dat hij erin zou trappen.’
‘Zo …,’ bromde de agent, ‘en …’
Plotseling zag hij zijn zoon tussen de punkers staan.
‘Wat voor de donder doe jij hier?’
‘Ik ben het zat het brave zoontje van de politieman te moeten spelen,’ schimpte hij. ‘Hier begrijpen ze me en ik doe met ze mee. Bij jou op het politiebureau hingen de sleutels van alle kerktorens in de omgeving voor noodsituaties. Ik heb ze “geleend” en laten kopiëren.’
Koud zweet brak bij de diender uit. Dit moest in de doofpot. Alleen die gek arresteren.
‘Kom, neem die man mee naar het bureau en jij, journalistje, publiceert niets hierover!’
Hij kan me wat, dacht Ferdinand, en zag de kop al voor zich: “Uit de hand gelopen grap eindigt met afvoeren van verwarde man”. Geen landelijk nieuws maar mooi genoeg voor de Bazuin. Daar hadden de punkers recht op. Hoe mooi kon de toekomst van een leerling-journalist zijn. Het was al laat toen Ferdinand Bakeland terugkeerde in Berkel. Breaking news, mompelde hij. Stop de persen.